Historie

Voorwoord:

Gedurende mijn opdracht, een overzicht samenstellen van in Assen gemaakte producten, kreeg ik meer en meer het besef dat producten alleen geen historisch overzicht geven. Al zoekende naar producten, kwamen de informatieve puzzelstukjes boven van een technisch hoogstaande innovatieve ontwikkeling van een Hollands consumenten- product dat een revolutie teweeg heeft gebracht in de wereld van de gasaansteker. Een industrieel spel, waarin zichtbare en onzichtbare spelers deelnamen die ideeën, durf, zakelijk inzicht en gouden handjes combineerden. Deelnemers, die al doende moesten leren, omdat de benodigde spelregels en middelen niet voorhanden waren in de naoorlogse industrialisering van Nederland. Een spel, waaraan gedurende 45 jaar gemiddeld 200 gezinnen direct en 400 gezinnen indirect meespeelden om hun brood te verdienen. Een speelplaats met hoge bergen en diepe dalen, echter ook een spel dat tot op heden nog niet is uitgespeeld. In het navolgende overzicht wil ik een indruk geven van de ontwikkeling op technisch, zakelijk en persoonlijk gebied. Een overzicht waarin in 1958 de heer Albert van Poppel, eigenaar van een sigarenwinkel te Arnhem en op dat moment kinderloos, een unieke service voor zijn klanten ontwikkelt als hobby in de avonduren. Hij repareert en vult aanstekers. Albert van Poppel was "uitvinder” en bruiste van de ideeën. Zo ontwierp hij bijvoorbeeld een vismolen. Bij het passeren van de etalage van de firma Breman, een instrumentmakerij te Arnhem, valt Albert van Poppels oog op een kleine draaibank (merk Logan) en krijgt hij het idee om de aansteker- service uit te breiden naar het reparen van mondstukjes voor pijpen. De draaibank is hiervoor een uniek stuk gereedschap. Deze draaibank werd gekocht en al snel bleek dat de bediening niet zo eenvoudig was. Albert van Poppel riep de hulp in van de heer Breman junior (Eris) die net zijn studies tot instrumentmaker had afgerond. De heer Breman hielp Albert van Poppel enkele avonden in de week om de draaibank onder de knie te krijgen. Albert van Poppel had al lange tijd het idee om zelf een aansteker te gaan maken. Hij was als sigarenwinkelier zeer goed op de hoogte van de nadelen van alle aanstekers welke op de markt verkrijgbaar waren.Tot die tijd maakten de meeste aanstekers gebruik van benzine als brandstof.
 
Benzinebranders hebben twee nadelen:
 
  1. Het is een geklieder en stank bij navulling.
  2. Bij ontsteken van een sigaret krijgt de gebruiker een onprettig riekende vleug gas in zijn neus. Deze reuk blijft zelfs hangen in een sigaar of pijptabak en gebruikers zeggen dit zelfs te proeven. Sigaren worden daarom aangestoken met een op afstand aangestoken stukje hout.

Gasaanstekers hebben een vaste tank en moeten door de consument worden nagevuld. Dit werd als zeer onprettig ervaren. Bij de duurdere typen heeft de gasaansteker een verwisselbare tank. De navullingen zijn erg duur en er zit een soort statiegeld op de tankjes. Lege (metalen) tankjes moeten dus worden ingeleverd. De branders van de gasaansteker waren zeer gevoelig voor vervuiling. (Dit was een veel voorkomende reparatie die Albert van Poppel uitvoerde als service) In de jaren vijftig was een aansteker een luxe geschenkartikel dat eenmaal aangeschaft werd en jaren werd gebruikt. De verkoopprijzen van de metalen benzine- branders lag boven de 25 gulden ( 10 euro). De prijs van metalen gasaanstekers (Ronson, Dupont, Flamair en Augusta)   met vaste tank lag daar nog ver boven tot wel 100 gulden (45 euro). Veel verkochte aanstekers waren de “Karat” van Zwitserse makelij en de “Imco”. deze aanstekers maakten gebruik van een losse navulbare huls met wasbenzine.

Het idee van Albert van Poppel was een aansteker te ontwerpen met de volgende eisen:

  1. maximale verkoopprijs 10 gulden (4,5 euro)
  2. gasnavulpatroon (als bij de Karat) voor maximaal 1 gulden  (0,45 euro cent)
  3. geen statiegeld op de patronen, dus wegwerp
  4. brander op de patroon, zodat deze bij elke wisseling wordt vernieuwd
  5. voldoende gas voor ca 3 maanden bij gemiddeld rookgedrag.

Hij was er van overtuigd, dat indien deze specificatie zou lukken, je schatrijk zou kunnen worden, gezien de prijsdoorbraak op de markt. Albert van Poppel vijlde uit een stuk kunststof een aanstekermodel en construeerde een kunststof tankje. Hij bestudeerde veel gasaanstekers en vroeg zich af, waarom het allemaal zo moeilijk moest. Hij had echter geen verstand van gas. Als afdichting in de gastank gebruikte hij een stukje vloeipapier (normaal gebruikt voor inkt deppen). Door de brander strakker of losser op dit vloeipapier te draaien, was de hoeveelheid gas die uitstroomde te regelen. Vervolgens vroeg hij aan de jonge Breman, uitstekend instrumentmaker en virtuoos op de draaibank, om een werkend model te maken. Na enige dagen was de uit acrylaat gedraaide, en bij de autospuiterij zwart gespoten aansteker klaar. Albert van Poppel broeide op een manier om dit model te gaan produceren en verkopen.
Hij zocht contact met de firma B.D Leefsma te Amsterdam. Leefsma was toeleverancier van Albert van Poppel te Arnhem. Leefsma stond op het punt om een contract af te sluiten met Silvermatch. Het model, dat hem door Albert werd getoond viel meteen in de smaak, als ook de prijs en de voordelen van de gastank. Leefsma, wellicht een nog betere handelaar dan van Poppel, zag meteen het grote geld en sloot een contract met Albert van Poppel voor het alleenrecht voor het Europese vaste land. In die tijd het afzetgebied van B.D. Leefsma N.V. Meteen werd een order afgegeven voor 100.000 stuks!

B.D. Leefsma was een import/ export en groothandelsbedrijf in rokersbenodigdheden. Het was een familiebedrijf, opgericht in 1902 en was in handen van drie joodse broers. De Tweede Wereldoorlog eiste zijn tol en slechts de heer B.D. Leefsma wist te overleven en herstartte het bedrijf in 1945. Zijn schoonzoon, K.I.M. de Haas, werd uiteindelijk directeur en bij gebrek aan een opvolger die de zaak wilde voortzetten, werd gezocht naar een overname- kandidaat. In september 1970 wordt B.D.Leefsma N.V. overgenomen door Hagemeijer en Co Handelsmaatschappij N.V. In 1958 kwam Leefsma N.V. door de Poppell- aanstekers in een bloeiperiode. Een gasaansteker voor 10 gulden was in die tijd ongezien en ongehoord. Dit product ontwikkelde zich zeer gunstig, mede door de indrukwekkende service die werd verleend,  aldus een artikel in het blad de Tabaksdetailhandel van februari 1972. Leefsma zou het alleenrecht voor de verkoop van Poppell- aanstekers op het vaste land van Europa tot ongeveer 1976 houden.

Albert van Poppel vroeg Eris Breman mee te gaan naar zijn broer Arnold van Poppel te Utrecht. Arnoldus M.J. van Poppel was in die tijd eigenaar van het schildersbedrijf Wirts en de Wildt te Utrecht. Een bedrijf met 110 schilders in vaste dienst. Arnold werd door Albert overtuigd en zag ook het winstpotentieel bij productie van de aansteker.
 

In het bedrijf aan de Jacob van de Borchstraat te Utrecht, stond een nieuw gedeelte van de hal leeg. Twee ruimtes, waartussen twee kantoren. De heer Breman werd gevraagd te beoordelen of dit groot genoeg was en technisch toereikend om een productie op te zetten. De samenwerking tussen de broers van Poppel en de heer Breman was beklonken. De gebroeders van Poppel werden eigenaren/financiers. De heer Breman was voor de techniek en de heer J. Arler, boekhouder bij Wirts & de Wildt, nam de bedrijfsleiding op zich. De eerste order van Leefsma was binnen. Er was echter nog geen idee hoe die te produceren. Omdat er geen technieken beschikbaar waren om de verschillende onderdelen te maken zou alles moeten worden uitgevonden. Dit was de belangrijkste taak van de heer Breman, die al ras hulp kreeg van zijn broer Huub, die ook instrumentmaker was. Leefsma voerde de druk op, omdat op de najaarsbeurs van 1958 te Utrecht de eerste 20 stuks klaar moesten zijn voor introductie in de markt. In de loop der jaren zal blijken dat de Voor en Najaarsbeurs te Utrecht (net voor vader/moederdag en Sinterklaas) het moment is om nieuwe producten te introduceren. De gebroeders van Poppel gingen op pad door Europa om leveranciers te zoeken voor de onderdelen volgens het gemaakte basismodel van de zakaansteker die dan ook de naam “STANDAARD” kreeg. In Keulen, Duitsland, werden de firma’s Posten Sprintzguss en Frantz Ebert gevonden. Deze fabrikant van ritssluitingen kon van Zamak (een zink legering) de draaikap en het lagerblok onder de draaikap maken. Bij Werkzuegmacher Reilinger werd een enkelvoudige matrijs gemaakt waarmee bij Posten de huls handmatig kon worden gegoten van bakeliet (phenotformaldehyde, later ureum formaldehyde). De beloofde dagproductie zou 300 stuks zijn. Albert zou de strijd aangaan om de hulzen te krijgen. De eerste proeven leken absoluut niet op het basismodel en er moest een nieuwe matrijs worden gemaakt. Uiteindelijk zou het lukken net op tijd 20 hulzen te krijgen voor de introductiemonsters.
De heer Breman ging intussen verder met de ontwikkeling van het gastankje. Het Ronson tankje leverde het idee om het tankje van aluminium te maken. Bij Daim te Apeldoorn, producent van tandpasta- tubes, werd een aluminium diepgetrokken huls ontwikkeld. Hierin werden een brander en bodem aangebracht ( zie tankproductie). De eerste 20 monsters werden gemaakt en lekten. De draaikap werd voorzien van een rubbertje. Al snel bleek echter ook, dat Albert van Poppel iets had verzwegen. De door hem geconstrueerde brander werkte prima. Met de regelsleutel was een goede vlamhoogte af te stellen maar als de aansteker enige tijd niet werd gebruikt, diffundeerde het gas door het vloeipapier en vulde de bovenliggende loze ruimte tussen vloeipapier en rubber in de draaikap. Bij ontsteken van de aansteker, kreeg je dan eerst een vlam van 20 cm, die vervolgens naar de afgestelde hoogte ging. Leefsma was furieus en dreigde de van Poppels failliet te verklaren omdat de contractuele afspraken niet nagekomen konden worden. Een ramp want intussen was alles inclusief het schildersbedrijf, beleend om de productie- middelen te bekostigen. Tijdens de vergadering presenteerde de heer Breman de oplossing. Nog steeds niet begrijpend wat er precies met het gas gebeurde in de aansteker, had hij in concurrente aanstekers gezien, dat er absoluut geen ruimte was in de brander. Breman had de Poppell- brander overeenkomstig aangepast. De heer Leefsma gaf de van Poppels een extra kans, maar dan moest er wel spoedig geleverd gaan worden. Naast de vele technische opstartproblemen stagneerde de aanvoer van hulzen. De handmatig gegoten hulzen hadden grote vliezen en kwamen mat uit de matrijs. In Utrecht werd een afdeling opgestart voor het vijlen en polijsten van de hulzen. De aansteker was echter een groot succes, Leefsma bestelde meer en meer. In eerste instantie was alleen de zwarte kleur in productie. Deze zou snel worden gevolgd door de witte kleur. De enkelvoudige matrijs kon de productie niet bijhouden. Twee kinderen van Arnold van Poppel, Annie en Albert, en de heer Breman gingen een aantal weekenden achtereen naar Keulen om te helpen met de productie. 's Zondagsavonds konden dan weer 700 hulzen mee naar Utrecht worden genomen. Bij AGF te Amsterdam, werd een drievoudige transfermatrijs gemaakt. De voordelen van deze matrijs waren, buiten de hogere aantallen, veel minder vliezen en glanzend oppervlak. Deze hulzen werden bij de kunstharsperserij Soesterberg in grote aantallen gemaakt.

Gastank- productie

Allereerst werd in de aangeleverde aluminium hulsjes een gat geboord en schroefdraad getapt, waarin de branderbus en brander gedraaid konden worden. Het bleek erg moeilijk om een goede tapboor te krijgen, om in het zachte aluminium een gasdichte schroefdraad te maken. Men was gedwongen veel vet te gebruiken. De huizen moesten hierna ontvet worden (in bad met tri). Door de enorme toename in aantallen werd al snel gebruik gemaakt van kisten met vakjes voor 1000 stuks. Het ontvetten ging vervolgens in een tri- damp- ontvetter, een gesloten systeem, ietwat mensvriendelijker en zuiniger met tri.De volgende stap was het plaatsen c.q. inpersen van een voorgestanste bodem waarop een ring van gepallettiseerde epoxyhars- poeder werd gelegd. Een eigen productie-uitvinding m.b.v. pillen machine). Het geheel ging in een oven bij 180 graden Celsius, waardoor het hars smolt en verlijmde. De laatste stap voor de productie van de tankjes was het omflenzen van de onderzijde waardoor de lijmnaad werd verborgen en geen scherpe rand bleef. Nu konden de hulzen worden gevuld. Alle productie stappen gebeurden handmatig. Om de dames de tijd te geven om de brander en branderbus te plaatsen, werd het vloeibare gas gekoeld tot - 20 graden. De messing brander en branderbus werden geproduceerd bij de firma Utem te Utrecht. Utem was een automaten draaierij en was eigendom van een zwager van Arnold van Poppel. Al in Utrecht waren de aantallen zo groot, dat er ongeveer 80 dames werkten in de navultankjes- productie. Naast een basisloon kreeg de groep een bonus per kist van 1000 stuks tankjes.
Het vloeipapier waarop de brander werd gedrukt om de hoeveelheid gas te regelen, werd vervangen door “skaiver” leer. Dit type leer was door een speciale behandeling blijvend verend en werd toegepast als membraan in aardgasmeters. Het leer werd gevonden bij een schoenmaker (door te voelen en te vergelijken). Via de toeleverancier van de schoenmaker, werd uiteindelijk een leverancier gevonden in Engeland. Samen met Utem werd de brander geperfectioneerd. De brander zelf was intern voorzien van een rubbertje. De kleplichter drukte het pennetje (opvullen loze ruimte) naar beneden en drukte het rubbertje aan, zodat de gasstroom dicht was. Er waren veel problemen met lekkende rubbertjes of rubbertjes die volledig afsloten. De rubbertjes werden geleverd door Helvoets uit Hellevoetsluis. Uiteindelijk werd gekozen voor een zeshoekig rubbertje. Helvoets wilde geen garantie geven voor deze kleine zeshoekige rubbertjes en er moest worden besloten de rubbertjes zelf uit rubberplaten (rond) te stansen. Hiervoor werd een machine bedacht waarbij de stempel bij elke slag voorwaarts langzaam naar binnen bewoog. Dit was afgekeken van de beweging bij het afspelen van een langspeelplaat. Omdat Helvoets ook problemen had om ronde platen te leveren met een homogene dikte werd in eigen beheer een machine gemaakt (overeenkomstig kniepertjesijzer) waarmee de rubbermassa geperst werd op een bolle onderplaat tot ronde schijven met een homogene dikte van 1 mm. De productie van de aluminium tankjes bleef problematisch. Bij een kunststof spuiter uit Zoetermeer werd een nylon tankje ontworpen. Deze bleef echter vocht opnemen en als zodanig was de maat niet controleerbaar te houden. De oplossing kwam van Dupont. Dupont bracht een nieuwe kunststof op de markt: Delrin. Samen met Lou Miller, ingenieur van Dupont, werd een Delrin- tankje ontwikkeld, waarbij de bodem werd gelast door middel van spinwelden. Vooral het aanbrengen van de schroefdraad vergde een innovatieve geest en doorzettingsvermogen. Het lukte uiteindelijk en vanaf eind 1961 tot het einde in 1979 werd Delrin het basismateriaal. Op het moment dat de wegwerpaansteker zijn intreden zou doen (ca 1970) was de jaarproductie van navultankjes 50.000.000 stuks.
 
1959 De Gebroeders van Poppel krijgen bezoek van de heer Morris uit Engeland. De heer Morris is eigenaar van de firma Curzon te Londen, een groothandel gelijkend aan Leefsma en heeft zich gespecialiseerd in pijpen. De heer Morris heeft grote belangstelling voor Poppell aanstekers. Het blijkt dat de UK niet onder het contract van B.D. Leefsma valt en er wordt besloten met de heer Morris in zee te gaan. Er zal in Londen onder licentie geproduceerd gaan worden. Allereerst de tafel aansteker en de standaard. In latere jaren zal Curzon ook eigen modellen van bakeliet en metaal gaan ontwerpen. De aansteker fabriek in Londen wordt opgezet door Maurice Graham onder technische begeleiding van de heer Breman. Alle aanstekers maken gebruik van de Poppell navultankjes welke alleen in Nederland geproduceerd worden.

Het succes van de eerste Poppell gasaansteker was enorm en al snel werd de locatie in Utrecht te klein. Er wordt uitgeweken naar Assen. Economisch liep het noorden achter bij Nederland waardoor bedrijfslocaties goedkoop waren alsook personeel. De meeste multinationals trokken naar zuidoost Groningen en Assen probeerde een graantje mee te pakken. Van Poppel kreeg een perceel voor “een appel en een ei en betaalde de eerste jaren geen gemeente belasting. De groeiende productie van de aansteker die volledig handmatig werd samengesteld vergde veel handen, handen die in Assen ruim aanwezig waren omdat midden vijftig in Assen en bovenzijde er Molukse wijken waren gesticht. Tevens kreeg van Poppel goedkeuring van de gemeente om de betere medewerkers bij de sociale arbeidsvoorziening weg te halen.

In 1960 wordt verhuisd naar Assen en werd tijdelijk onderdak gevonden in de loodsen van een groothandel in drop aan de Esstraat te Assen. Op 1 november 1962 was een splinternieuwe fabriek klaar aan de A.H.G. Fokkerstraat. Tot op heden de locatie van de aansteker fabriek. De heer J. Arler werd directeur en leidde de fabriek, de heer Breman werd technisch directeur en de Gebr. van Poppel waren eigenaar/commissaris.

 In 1961 wordt op de huishoudbeurs in Utrecht, het tweede model geïntroduceerd de tafel aansteker. Een robuust ton model wederom met de verwisselbare gastankjes. Het klepmechanisme en vuursteen ontsteking zijn gelijk aan de onderdelen van de standaard.

Tot 1960 werden de meeste aanstekers (benzine) die werden verkocht in Europa, geproduceerd in Frankrijk. Het succes van de Poppell aansteker ging al snel voorbij de Nederlandse grenzen en via de verkoop organisatie van B.D. Leefsma N.V. veroverde de Poppell gasaansteker langzaam maar zeker (westelijk) Europa. 

De verkoop van de aanstekers was zeer winstgevend en vooral de verkoop van de navultankjes bleek een goudmijntje. Het succes van de verwisselbare gastankjes had tot gevolg dat er “imitaties” op de markt kwamen. Deze tankjes hadden allen exact dezelfde maat als de Poppell navultankjes. Ze werden gebruikt voor de eigen aansteker. De ontwerpen konden echter ook worden gebruikt in de Poppell aanstekers. Ook intern rommelde het bij de Gebr. van Poppell N.V. in Utrecht. Een technische medewerker, de heer Kieviet, stapte over naar een leverancier en begon in Nederland met de productie van de “Tricky”. Deze aansteker maakte gebruik van een gastankje welke bestond uit twee op elkaar gelaste diepgetrokken metalen hulsjes. De productie zal al na enkele jaren worden gestaakt.Gebr. van Poppell N.V. werd geconfronteerd met de harde strijd van concurrentie en moest door schade en schande ervaren dat het goed vastleggen van contracten en ontwerpen bittere noodzaak was in deze strijd. Er werden enkele rechtszaken gestreden waaronder een voor het patent op de brander. In dit geval werd van Poppel beschuldigd een patent te schenden wat door de rechter in het voordeel van Poppell werd beslist. Er waren echter ook veel positieve signalen in de vorm van internationale prijzen voor innovatie en ontwerp.

Om onderscheidend te blijven van de concurrenten werd besloten de navultankjes te voorzien van een folie verpakking. De folie machine kwam uit de sigaren industrie (Arenco Valkenswaard, later onderdeel van Swedish Match)

Uniek voor die tijd is de levenslange garantie op consumenten product met een dergelijke lage kostprijs. Deze garantie werd direct vanaf de eerste verkoop eind 1958 ingevoerd. Bij slecht functioneren of het verloren gaan van een onderdeel kon het product worden omgeruild voor een nieuw exemplaar. Al snel werd Leefsma geconfronteerd met consumenten die de aansteker enige maanden gebruikten en op het moment dat de eerste gasvulling leeg was de aansteker moedwillig vernielden en omruilden in overeenstemming met de garantievoorwaarden. De garantie werd “omgebouwd”. Bij het kapot gaan van de aansteker kon deze via de verkooppunten worden teruggestuurd in een speciaal papieren zakje/enveloppe. De aansteker werd vervolgens in Assen kosteloos gerepareerd en teruggestuurd naar de eigenaar.

De gastankjes worden in Assen gevuld met vloeibaar isobutaan. In de vroege periode gebeurde dit handmatig waar later machines voor het vullen ontwikkeld zullen worden. In de eerste jaren volgen de verschillende versies gastankjes elkaar snel op. Het eerste aluminium tankje is neutraal. De tweede versie krijgt de naam Poppell met Made in Holland in de bodem gestanst. Vervolgens wordt overgegaan op het Delrin tankje met Poppell Made in Holland in de bodem. Deze heeft nog een egaal bolle bodem. Elk individueel tankje wordt in de fabriek handmatig afgesteld op een vlamhoogte van ca 25 mm. In de aansteker kan dit door de consument verhoogd of verlaagd worden door middel van een bijgeleverd moersleuteltje.

De volgende versie van bet gastankje krijgt een zeshoekig gat aan de onderzijde hierdoor blijft het tankje beter gefixeerd tijdens het afstellen met de in de nieuwe modellen ingebouwde regelsleutel (Duet). Bij de laatste versie is dit gat 12 hoekig geworden. Het tankje is hierdoor makkelijker te positioneren. Bij de Firomat wordt hier handig gebruik van gemaakt om de vlamhoogte te variëren door gebruik van de regeldop in het handvat.

Omdat de buitenmaten bij alle versies vrijwel gelijk zijn gebleven en de aanstekers zoals eerder beschreven door het gebruik van de wisseltankjes een lange levensduur hebben zal je alle type tankjes door elkaar tegen komen in de verschillende aansteker typen. In de Duet met ingebouwde regelsleutel past echter alleen nog het tankje met 6 of 12 hoekig gat. Dit is echter geen probleem omdat de tankjes met bolle bodem al tien jaar niet meer geproduceerd zijn en niet meer voorhanden als navulling op de verkooppunten.

1963 zware binnenbrand bij N.V. Handelsondememing Gebr. Van Poppel. Dat de brand geen grotere vormen aannam was voornamelijk te danken aan het feit, dat vrijwel het gehele fabriekscomplex van van Poppel brandvrij is. Het vuur woedde dan ook slechts op één afdeling aldus het krantenartikel. De afdeling waar de tankjes werden gevuld brandde volledig uit.

1965 Als extra attractie voor vaderdag (alleen voor vaderdag)  werd er bij elke Poppell een speciaal Poppell­ speldje geleverd. Dit was een 11 daagse advertentie in de kranten van 9 juni tot en met 19 juni.

Om meer te verdienen aan de verkoop van onderdelen en tankjes naar Curzon in de United Kingdom wordt besloten te gaan produceren in Zwitserland. Dit had grote belastingtechnische voordelen waardoor de prijs van de aansteker in de hand te houden was. Er werd een fabriek gebouwd in Sementina. De leiding van de fabriek was in handen van Huub Breman, de broer van Eris Breman, technisch directeur te Assen.

In de UK was het eerste model de “Standaard” aan de achterzijde voorzien van een gleuf in de huls. Dit model werd: "SENIOR" gedoopt. Deze gleuf diende om het gasniveau in het, intussen van semitransparant Delrin geproduceerde, verwisselbare gas tankje te kunnen zien. Ook het tweede speciaal voor de UK ontworpen model, de "SEVEN", had een dergelijke gleuf. De "SEVEN" werd echter ook in Nederland door Leefsma verkocht.

1966 Cricket in Frankrijk (na 1981 samen met Poppell in Swedish match) komt als eerste met een complete wegwerp aansteker. (of Feudor met de stick???). De eerste reactie van Poppel N.V. is te lezen in het interview in het oktober nummer van het blad Succes met de toenmalige directeur de heer J. Arler. We vragen de heer Arler ook naar de wegwerpaansteker, die nadat de tank is leeg geraakt in zijn geheel wordt weggegooid. De prijs ligt ongeveer tussen de rijksdaalder en de vijf gulden. Heeft de Poppell daar geen concurrentie van te duchten? Nederland is wel het laatste land waar de wegwerpaansteker furore zou maken. Daarvoor is de Nederlander veel te behoudend. Hij zal het doodzonde vinden om een apparaat waar niets anders aan mankeert dan dat het leeg is, weg te werpen. Trouwens, wat voor Nederland wel heel sterk op gaat is zelfs voor het welvarende Amerika van toepassing. Daar kwam een wegwerpaansteker op de markt, waarop een minimale winst werd gemaakt. Het product liep lekker, zodat de fabrikant besloot zijn winstmarge iets te vergroten. Hiermee overschreed hij net die onzichtbare lijn waarop het publiek blijft staan. Het was centen kwestie, maar de fabrikant verkocht bijna geen aansteker meer.” Binnen enkele jaren zullen we zien dat Poppell hierop terug moet komen.

In december 1966 zal directeur J. Arler gedwongen ontslag moeten nemen in verband met vermeende belastingfraude en verduistering ook technisch directeur Breman en de boekhouder G. Hardeman worden verdacht. De heer Hardeman neemt ook ontslag

De heer Arler belooft de gemeente Roden een fabriek op te zetten voor 60 werknemers. Het bedrijf Refill genaamd zou spuitbussen en navulpatronen gaan maken. Veel positieve berichten in plaatselijke kranten. Het bedrijf komt er gezien de gerechtelijke procedures tegen de heer Arler echter nooit. De heer Arler zal uiteindelijk persoonlijk failliet worden verklaard en anderhalf jaar gevangenisstraf krijgen voor privé belastingfraude en functionele verrijking ten nadele van de handelsmaatschappij Gebr. van Poppel. De heer Breman zal uiteindelijk 8000 gulden boete krijgen voor belasting ontduiking. Commissaris A.M.J. van Poppel wordt wederom directeur.

1968 De heer Breman, betrokken in het belastingschandaal, werd overgehaald voor de functie van technisch adviseur door de heer Arler van Refill en door Albert van Poppell uit Assen gehaald. Hij kreeg de opdracht een kunststof spuitgiet bedrijf op te zetten. De verkoop van vol plastic modellen neemt een steeds grotere vlucht naast de bakelite modellen. Om verzekerd te blijven van voldoende aanvoer wordt door handelsmaatschappij van Poppell N.V. in 1969 in Vianen begonnen met een spuitgiet bedrijf; Tradimex. Dit bedrijf zal de volledige productie gaan doen voor huizen van de DUET en latere modellen, bedrijfsgrootte ca40 man. In het zelfde jaar doet de Nederlandse consumentenbond voor de eerste keer een vergelijkingsonderzoek van gasaanstekers die in Nederland te koop zijn. Belangrijk onderdeel van het onderzoek is de veiligheid. Onderdelen waarop beoordeeld is zijn:

  • Vlamhoogte instelbaarheid
  • Afsluiting van de gastank
  • Veiligheid
  • Ongevoeligheid voor wind
  • Bedieningscomfort
  • Constructie
  • Aantal ontstekingen (5 seconden) per gasvulling
  • Prijs gasvulling
  • Prijs aansteker
  • Brandstofkosten per 1000 maal ontsteken

Bij de Poppell N.V. werden de Junior en Standaard meegenomen in het onderzoek. Qua veiligheid scoorden beide modellen goed. Als nadeel van de Junior werd bet bedieningscomfort genoemd, bij de standaard de afsluiting van het tankje. Poppell was echter in aanschafprijs ver onder de andere typen. Als enige wegwerp aansteker werd de Feudor Stick meegenomen. hoewel deze in aanschafprijs met 2,95 gulden ver onder de andere typen lag, was de prijs per 1000 vuurtjes aanzienlijk hoger dan de Poppells (en anderen). Leuk is te constateren dat het uiteindelijke eindoordeel van de consumentenbond duidelijk beïnvloed wordt door de jaren 60 beleving van roken en consument belang (gebruikersgemak). Als dezelfde tabel met resultaten met de huidige denkbeelden (prijs en veiligheid) in het achterhoofd zou worden beoordeeld, zal er een compleet ander eindoordeel uit komen.

Ook in 1968 wordt een fabriek gebouwd in Sementina, Zwitserland.  Onder leiding van Huub Breman wordt begonnen met de assemblage van Poppell modellen, bestemd voor de Engelse en volgend jaar Amerikaanse markt. Gastankjes en onderdelen worden betrokken uit Assen. Later zal in Sementina worden begonnen met de productie van wrijfwielen bedrijfsgrootte ongeveer 10 man.

1969 In maart wordt de stap naar Amerika gemaakt. Voor het eerst wordt via Rogers Incorporated een Poppell butaan aansteker in de verkoop gebracht en wel het type Duet. In een tien blister, voor de prijs van 1,98$ per stuk, in de kleuren zwart, blauw, rood en wit. Uiteraard zijn ook de benodigde navultankjes verkrijgbaar. Ook hier wordt de befaamde Poppell garantie troefkaart uit gespeeld. Er wordt  geadverteerd met: UNUSUAL GUARANTEE. IF IT FAILS, YOU GET A NEW ONE.

1970 Voor het eerst een prijsverhoging. De consumentprijs van een navulling gaat van 1,00 naar 1,10 gulden. De navulling is goed voor 2200 vuurtjes. Aantal werknemers in Assen 165.

1971 De heer H.H.N. van Poppel is directeur. Stagnatie in de groei van het bedrijf en gedurende de afgelopen jaren heeft het personeelsbestand zich gestabiliseerd op ca 100 man (+ thuiswerkers). In september 1971 brengt van Poppell de wegwerpaansteker op de markt. Het product, deTen, wordt gelanceerd als de vervanger van het doosje lucifers en slaat meteen aan. De productie vertienvoudigd binnen een jaar. Hierdoor groeit ook het personeelsbestand van 100 medio 1971 naar 200 eind 1972.

1972 Poppell en het bedrijf Metawa Calderón uit Tiel krijgen samen de persprijs voor huishoudelijke artikelen op de voorjaarsbeurs (maart) in Utrecht. De prijs werd gewonnen met het ontwerp en prototype voor een fondueset. De fondue pan en Standaard werden vervaardigd door Metawa, de gasbrander door Poppell. Het ontwerp wordt geroemd voor zijn constante vlam welke eenvoudig instelbaar is, constante hitte en veiligheid. Een en ander in vergelijk met de bekende spiritus brander. Enkele maanden later zal de gasbrander in productie gaan. Het succes wordt minder groot dan verwacht. Dit wordt mede veroorzaakt door een aantal ongelukken. Indien de vlam te hoog wordt gedraaid, slaat de vlam terug op de gastank, welke vervolgens smelt. Metawa was al enkele jaren leverancier voor de regelsleutel, en kappen van de Duet en Ten

1974 Op 12 november overlijdt Albert van Poppel (1916) te Rolde

1977 Verkoop Duitsland via van Poppell GMBH te Düsselfdorf en Hamburg. Verkoop Benelux via van Poppel Benelux bv te Oosterhout. Leveringsprijzen van de Ten bij afname van 10.000 stuks, 1,30 gulden p/s. Dit jaar introduceert van Poppell deClub”,een ronde wegwerpaansteker met zelfsluitende kleplichter.

1978 Arnold van Poppel neemt om gezondheidsredenen afscheid als directeur en wordt opgevolgd door zijn zoon H.H.N. van Poppel Grote problemen in Amerika met de Ten aansteker. Op de Amerikaanse markt zijn al enige tijd wegwerpaanstekers met een zelfsluitende kleplichter op de markt welke in korte tijd immens populair werden. Er waren veel klachten met betrekking tot de Ten omdat de consumenten, intussen gewend aan de zelfsluitende kleplichter, vergaten de kleplichter van de Tenzelfstandig te sluiten en dus brandende aanstekers in hun zak deden. Er volgden immense schadeclaims welke gelukkig door van Poppell verzekerd waren. De Ten had een tweede nadeel: lekken. In Amerika explodeerde een container tijdens het lossen. Ook de al geïntroduceerde Club werd door de Amerikaanse overheid niet veilig genoeg bevonden. De Amerikaanse overheid verbood verder invoer van gasaanstekers. In één klap viel de hele Amerikaanse verkoop stil wat van Poppell op de rand van faillissement bracht.

1979 Rampjaar voor de aanstekerfabriek. Het wegvallen van de Amerikaanse markt wordt niet snel genoeg gecompenseerd. Ook wordt de nog steeds grotendeels handmatig gemaakte aansteker te duur in de markt. Intussen is er een grote stroom aan wegwerp aanstekers vanuit Frankrijk en Japan waarvan de verkoop prijs onder kostprijs van een Poppell ligt. Het gaat financieel slecht met Handelsmaatschappij van Poppell. Dit leidt tot een verkoop van 46,5% van de aandelen aan de noordelijke ontwikkelingsmaatschappij, NOM, in januari 1979. Vooralsnog heeft dit geen gevolgen voor de 140 directe personeelsteden. In juni schuift de NOM de heer Schuthof naar voren als directeur. Harry van Poppel wordt verkoopleider. De NOM ziet potentieel in een doorstart van Poppell en investeert geld in het productieproces. Er is veel geld nodig om de handmatige assemblage van de aanstekers te automatiseren. Er werden nieuwe afzet markten opgezet. Allereerst in Duitsland, vervolgens Scandinavië. Frankrijk en Zuid Europa. Grootste concurrenten op dat moment zijn Gillette (Cricket), Bic en Feudor (Swedish match). Feudor was op dat moment echter zeer verliesgevend. De NOM is in onderhandeling met Arnold van Poppel. Voor de overname van de resterende aandelen. De heer A.M.J. van Poppel overlijdt in september.

In de overlevingsstrijd blijft de fabriek niets bespaard. Eind september legt een staking bij Shell Pernis de aansteker productie stil omdat er geen lso-butaangas meer wordt geleverd. Landelijk komt de Poppell in het nieuws met de “slimme” aansteker. In opdracht van KEY is er een speciaal dopje op de onderzijde van de Club aansteker geplaatst met behulp waarvan er gaatjes in de sigaret geprikt kunnen worden. Hoe meer gaatjes, hoe meer valse lucht, hoe minder teer, nicotine en koolmonoxide wordt ingeademd.

Het gaatjes prikken is niet nieuw, gedwongen door gezondheidscampagnes (anti roken) is er een groot aantal nicotine en teer arme sigarettenmerken op de markt gebracht. Deze fabrikanten maken ook gebruik van het perforatiesysteem. De Poppell-Key perforator betekent echter dat de consument zijn eigen merk (en dus smaak) sigaretten kan blijven kopen.

In november komt de volgende slag voor de aansteker productie. In Nederland verschijnt een artikel in de landelijke pers waarin het veiligheidsinstituut pleit voor het verbieden van plastic wegwerpaanstekers. Dit naar aanleiding van Engelse experts die onderzoeken hebben gedaan na consument ongelukken met aanstekers. Poppell NV bestrijdt deze berichten. In dagbladen wordt in interviews met directeur de heer Schuthof door hem gewezen op de veilige materialen die Poppell, Feudor en Cricket gebruiken (nylon 6.6.) en dat het waarschijnlijk gaat om aanstekers uit het verre oosten. Deze discussie zal leiden tot het opzetten van een veiligheidsnorm (SEN) voor wegwerpaanstekers.

1981 In maart is de verkoop rond. Handelsmaatschappij Gebroeders van Poppell NV wordt omgezet in POPPELL BV. In totaal kunnen 75 werknemers blijven werken en Swedish Match geeft een werkgarantie van vijf jaar.

In september van dit jaar begint de NOM met de onderhandelingen om de aanstekerfabriek Sementina en Tradimex Vianen aan de Franse Feudor divisie van het Zweedse Swedish match concern te verkopen.

 

THUISWERK Gedurende de periode 1959-1980 is veel gebruik gemaat van thuiswerkers. Regelmatig werd geadverteerd om huisvrouwen en meisjes aan te sporen te solliciteren. Ook werd in veel gezinnen van werknemer ‘s avonds, thuiswerk verricht voor de aansteker productie. Dit thuiswerk bestond hoofdzakelijk uit het assembleren en verpakken van de aanstekers welke gebruik maakten van een los gastankje. Ook werden de skai velletjes om het leer type aanstekerhulzen geplakt.

Met een bestel busje werden dagelijks onderdelen bezorgd bij alle thuisadressen en de per stuk verpakte aanstekers werden opgehaald om in de fabriek in omdozen te worden verpakt. De assemblage en het vullen van de gastankjes en de subassemblage van kappen. Kleppen en wrijfwielen gebeurde altijd op de fabriek. In goede periodes werden door thuiswerkers per week 70.000 aanstekers gemaakt. Er waren werknemers die de complete schuur hadden ingericht voor dit assemblage werk en bij tijden 20.000 aanstekers in onderdelen op voorraad hadden.

 

TRANSPORT Voor transport was er naast de bestelbus een eigen vrachtwagen. Deze zorgde voor het wekelijkse, soms dagelijkse, transport van aanstekers naar de magazijnen van Leefsma in Amsterdam. Na 1969 werd Tradimex te Vianen in de route opgenomen zodat de al daar gemaakte plastic onderdelen op de terugweg werden meegenomen voor assemblage in Assen. Tevens werden regelmatig ritten gedaan naar leveranciers in Europa om onderdelen op te halen. Voorbeeld hiervan was de firma Daalderop (Metawa) in Tiel waar de metalen onderdelen werden gestanst zoals kappen en regelsleutels voor de Ten als ook in latere jaren de onderdelen voor de fonduebrander.

 

BIJPRODUCTEN Gedurende de hele periode hebben de van Poppels geprobeerd bijproducten te ontwikkelen om minder afhankelijk te zijn van de aanstekerproductie. Allereerst werden gastankjes geleverd aan Karat. , Metapers en UZA. Verder is geprobeerd scheerapparaten te ontwikkelen. Het scheer principe was een combinatie tussen het latere Philips draaisysteem en het Braun schuifsysteem. Het scheren ging te goed. De ontwerpers liepen in de proefperiode allen met rode kinnen rond. Ook werd de motor in het handvat te heet. De ontwikkeling waarvoor al een patent verkregen was is gestopt door geld gebrek.

Ook zijn door Tradimex enige tijd als speelgoed plastic schijfjes gemaakt waarmee je bouwwerken kon maken. Deze werden in Assen verpakt. Veel bewijs hiervan is niet bewaard gebleven.Na overname door de NOM van het volledige aandelen pakket wordt geld geïnvesteerd in productie automatisering. Gedurende het jaar worden hierdoor 60 werknemers overbodig.

 

ADVERTENTIELEUZEN

1960-1961 Poppell Prima Poppell Perfect

1962  ‘n ´Kadootje 'n Poppell

1962  ‘n Vuurtje? ‘n Poppell

1963  De eerste. de beste Poppell Gas

1964  Altijd welkom...! Poppell gegarandeerd goed

1967  Ook vakantietijd is Poppell-tijd

1972  Er is een Poppell aansteker voor iedereen!

1972  De blije Poppell makers. (Strip advertentie serie)

1975  Een Poppell dus goed!

 

Auteur(s): E. Breman, H. Siepel (Swedisch Match) en A. Weerensteijn - van Poppel